Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?

Uw studerend kind wil in de weekends en/of de vakanties werken om een eigen inkomen te verkrijgen, en zou eigenlijk wel nuttig werk kunnen verrichten voor uw onderneming. Er zijn dan twee mogelijkheden: doet hij dat dan het beste als jobstudent of als student-zelfstandige?

Uw studerend kind als jobstudent of student zelfstandige in de eigen vennootschap?

I.                         Uw kind als jobstudent

Wanneer uw zoon/dochter als jobstudent werkt, wat kan vanaf 15 jaar, heeft hij/zij het statuut van een werknemer. Uw kind staat dus onder uw gezag en toezicht, het arbeidsrecht is van toepassing, en uiterlijk op de datum van indiensttreding moet u een Dimona-aangifte indienen. U sluit wel geen gewone arbeidsovereenkomst af, maar een speciale overeenkomst voor studentenarbeid.

Uw vennootschap moet in principe RSZ betalen, maar zolang uw kind als jobstudent niet meer dan 650 uur per kalenderjaar werkt, is het tarief veel lager dan voor werknemers. Uw vennootschap moet 2,71% (normaal 13,07%) inhouden als RSZ-werknemersbijdragen, en betaalt een werkgeversbijdrage van maar 5,42% (normaal 25%). Werkt uw kind meer dan 650 uur, dan moeten enkel op het surplus gewone RSZ-bijdragen worden betaald.

De regels met betrekking tot het recht op kinderbijslag zijn op z’n Belgisch:

  • Vlaanderen: tot en met de maand dat het 18 jaar wordt (groeipakket is de term voor kinderbijslag);
  • Wallonië en Brussel: tot 31 augustus van het jaar waarin het 18 jaar wordt.

Daarna, tot de leeftijd van 25 jaar:

  • Vlaanderen en Wallonië: het recht is gekoppeld aan de voorwaarde dat uw kind maximaal 650 uren presteert met verlaagde RSZ-bijdragen en daarboven maximaal 80 uren per maand (Vlaanderen) of 240 uren per kwartaal (Wallonië) met de gewone RSZ- bijdragen.
  • Brussel: er wordt niet met de 650-urengrens gewerkt, maar uw kind mag niet meer dan 240 uren werken in het eerste, tweede en vierde kwartaal (er is dus geen beperking in de zomer), ongeacht of dat met een studentenovereenkomst of een gewone arbeidsovereenkomst is.

Uw vennootschap moet geen bedrijfsvoorheffing inhouden op voorwaarde dat uw kind niet meer werkt dan de maximaal 650 uren met verlaagde RSZ-bijdragen.

Uw kind blijft ten laste zolang de nettobestaansmiddelen niet hoger zijn dan € 12.300 (bedrag voor 2026). Loon uit studentenjobs telt tot een nettobedrag van € 7.010 niet mee als nettobestaansmiddelen. Van de inkomsten als jobstudent (of gewone werknemer) mag nog een kostenforfait van 20% in rekening worden gebracht, met een minimum van € 580. Conclusie: uw kind zou dus in 2026 al een brutoloon uit studentenarbeid moeten halen van meer dan € 24.137 ([€ 12.300 + € 7.010] ÷ 80%) om niet meer ten laste te zijn.

Uw kind moet geen belastingen betalen, tenzij het belastbare inkomsten heeft die hoger zijn dan de belastingvrije som, die voor 2026 gelijk is aan € 11.550. De netto-inkomsten boven dit bedrag zijn wel belastbaar. Bijvoorbeeld tot € 16.720 is dat tegen een tarief van 25% (+ gemeentebelasting).

II.                      Uw kind als student-zelfstandige

Wanneer uw zoon of dochter voor uw vennootschap zou werken als student-zelfstandige, wat wel pas kan vanaf 18 jaar, zijn er twee mogelijkheden: ofwel benoemt u uw kind tot medebestuurder van uw vennootschap, ofwel werkt uw kind als ‘echte’ zelfstandige, dus met een eenmanszaak.

Een benoeming tot bestuurder gebeurt door de algemene vergadering, en moet worden gepubliceerd in de bijlagen tot het Belgisch Staatsblad (sinds 01.03.2026 kost dit € 286,17).

Benoemt u uw kind als bestuurder, dan kan hij/zij in principe overeenkomsten tekenen in naam en voor rekening van uw BV. U kunt die bevoegdheden wel beperken in de statuten, maar ten eerste moet u dan al uw statuten wijzigen, wat meer dan € 1.000 kost en ten tweede werkt zo’n beperking enkel intern in de vennootschap. Leveranciers of klanten zijn er niet door gebonden.

Werkt uw zoon/dochter met een eenmanszaak, dan moet hij/zij zich via een ondernemingsloket inschrijven in de KBO, en moet hij/zij normaal ook zijn ondernemingsnummer activeren als btw-nummer. U stelt dan het beste een overeenkomst tussen uw vennootschap en uw kind op met afspraken over het werk dat uw kind voor uw vennootschap zal doen en tegen welke vergoeding.

Heeft uw kind een eenmanszaak, dan moet u op uw hoede zijn voor schijnzelfstandigheid. Op zich is weliswaar noch de familiale band, noch het feit dat uw kind eventueel enkel uw vennootschap als klant heeft een bewijs van schijnzelfstandigheid, maar essentieel is dat uw kind vrij is in de organisatie van zijn werk, niet onder uw gezag staat, en de economische risico’s van zijn activiteit zelf draagt.

Uw kind moet sociale bijdragen betalen, maar een student-zelfstandige betaalt in 2026 pas sociale bijdragen als zijn belastbaar inkomen hoger is dan € 8.687 (20,50% tot € 75.000).

Het recht op kinderbijslag blijft behouden, ongeacht hoeveel uren uw kind werkt.

Wanneer uw kind bestuurder is moet uw vennootschap in principe wel bedrijfsvoorheffing inhouden, maar in de praktijk doorgaans niet wegens het beperkt bedrag van het loon. Heeft uw kind een eenmanszaak, dan moet uw vennootschap uiteraard sowieso geen bedrijfsvoorheffing inhouden.

Uw kind blijft ten laste, onder dezelfde voorwaarden als een jobstudent. De inkomsten uit de activiteit als student-zelfstandige tellen dus ook tot een nettobedrag van € 7.010 niet mee als nettobestaansmiddelen. Is uw kind echter bestuurder van uw vennootschap, dan is hij/zij niet meer ten laste als zijn/haar brutoloon uit uw BV hoger is dan € 2.000 (dit bedrag wordt niet geïndexeerd) en meer dan 50% uitmaakt van zijn/haar totale belastbare inkomsten (niet de onderhoudsuitkeringen).

Uw kind moet normaal geen belastingen betalen, hier geldt namelijk hetzelfde als voor een jobstudent.

III.                   Cijfervoorbeeld

Uw vennootschap betaalt in 2026 € 10.000 aan uw kind als studentenloon, als bedrijfsleidersloon of als vergoeding voor prestaties met zijn eenmanszaak als zelfstandige.

U betaalt € 10.000 bruto als:

1. Jobstudent

2. Bestuurder

3. Zelfstandige

Kosten voor uw vennootschap

€ 10.000

€ 10.000

€ 10.000

- RSZ of Sociale bijdragen

- €813 (RSZ)

-€ 277 (sociale bijdragen)

-€ 277 (soc.bijdr.)

= Nettoloon

€ 9.187

€ 9.723

€ 9.723

Betaalt u kind belastingen?

Neen (het belastbaar inkomen blijft onder de belastingvrije som)

Krijgt u nog kindergeld?

Ja

Is uw kind nog ten laste?

Ja

Nee (loon > € 2.000 en > 50%)

Ja

De financiële verschillen tussen jobstudent of student-zelfstandige zijn in dit voorbeeld niet zo groot, maar in het geval uw kind bestuurder is, is het niet meer ten laste. Voor het overige is de keuze afhankelijk van het soort werk dat uw kind zou verrichten, nu en in de toekomst. Meestal is het statuut van jobstudent het beste, tenzij, wanneer uw kind u zal opvolgen in de zaak, of een eigen zaak wil opstarten.